Boerderij en landschap

Erve Beernink

Plaats: Losser (Overijssel)
Bouwjaar: 1644
In samenwerking met: Gemeente Losser, provincie Overijssel, Bureau Vrij & Co
Rol Boerderij en Landschap: Aankoop en herbestemming gebouw


Historie
De naam Beernink is afgeleid van de voornaam Berend of Bernhard, de uitgang ‘ink’ betekent toebehorend aan. Voor zover bekend was het Beernink in de middeleeuwen steeds in bezit van ‘die edlen herren von Stenvorde’, later de graven van Bentheim/Steinfurt. In 1319 wordt Erve Beernink voor het eerst vermeld als ‘dat hus to Berendinck in Parochia Lottere’: Ludolphus, Edelman van Stenvorde, beleende het erf toen aan Johan de Bovelere.

 

Oorspronkelijke locatie en gebouw
Erve Beernink lag in de vroegere Marke Losser, in zoals in oude akten staat ‘het Overdinkelse’. Vanaf Losser gezien lag het namelijk over de rivier de Dinkel, aan de oever van de Rijenbergerbeek. Via een bruggetje – de Beerninksbrug – was de achterzijde van de boerderij direct te bereiken.

Op oude kadastrale kaarten is te zien dat de boerderij vroeger een zogeheten ‘boavenkamer’ bezat. De boavenkamer diende voor de ouders van de jonge boer, wanneer deze de erve overgenomen had. Als de boavenkamer niet als zodanig werd gebruikt, diende deze soms ook als jachtkamer of als logeergelegenheid voor de Leenheer.

De forse boerderij is voornamelijk opgetrokken uit zwaar eikenhout. De muren van de zijkanten en achterkant bestaan uit vakwerk.

De achterkant – ook wel ‘niendende’ genoemd’ – heeft een prachtig onderschoer. Dit is een open voorportaal dat gebruikt kon worden voor de opslag van hooi, het optuigen van paarden of het drogen van zaaigoed.

Naast het grote huis stonden op het erf vroeger nog vier gebouwen: de ‘schoppe’ (schuur), het ‘schoapschot’ (schaapskooi), het ‘bakhoes en het ‘iemenschoer’ (bijenschuur), alles omgeven door een hof.

 

Herbestemming
Samen met de gemeente Losser zoekt Boerderij en Landschap naar een nieuwe locatie voor de herbouw binnen de gemeente, die recht doet aan de unieke waarde van dit rijksmonument. 
Er wordt door middel van een prijsvraag onderzocht welke locatie het meest geschikt is voor herbouw. Nadat de keuze voor de locatie is gemaakt kan ook de functie worden bepaald. Het is ook de bedoeling dat de boerderij weer de monumentenstatus krijgt.